Vier tips voor Nederlandse datajournalisten


Genoeg juichverhalen over datajournalistiek, ditmaal een kritische avond. Op woensdag 3 april organiseerde de Vereniging Online Journalisten Nederland een discussieavond om de stand van datajournalistiek in Nederland eens onder het vergrootglas te leggen. Wat doen we niet goed? En hoe kunnen we dat verbeteren?

Sprekers Piet Bakker, Remy Jon Ming, Lex Slaghuis en Dick van Eijk mochten een avond lang ongeremd kritisch zijn over de stand van datajournalistiek in Nederland. Hille van der Kaa vatte de hoofdpunten tijdens de avond samen.

De sprekers stuurden de gasten met de volgende vier tips naar huis.

Piet Bakker: ‘Vraag je af hoe goed de data zijn’

De lector Crossmediale Journalistiek aan de Hogeschool Utrecht – die zelf regelmatig in krantencijfers duikt – merkt op dat er elke week wel drie bijeenkomsten zijn waarbij de journalistiek gered wordt. ‘Maar die discussies gaan maar over de helft van het verhaal, namelijk hoe mooi we datavisualisaties kunnen maken. Ik ben in iets anders geïnteresseerd. Hoe goed zijn de cijfers die journalisten gebruiken?’

IMG_3446

Bakker vindt dat journalisten te weinig naar de herkomst van cijfers kijken. ‘Journalisten zijn namelijk dol op cijfers. Maar ze kunnen helaas niet zo goed rekenen.’ Organisaties met een agenda rekenen wat percentages uit, zetten het in een persberichtje en de cijfers worden ongecontroleerd in de krant gepubliceerd. ‘Cijfers lijken heilig, maar zijn boterzacht.’

‘Je ziet het vaak zat in artikelen: 750.000 van dit, 100.000 van dat. Noord-Koreaanse getallen, maar niemand vraagt zich af hoe ze dat kunnen weten.’ Journalisten maken zo’n getal vervolgens ook nog eens een feit door het in een grafiek te gieten. ‘De gevoelswaarde van een cijfer ligt nu eenmaal hoger dan een quote. En we maken het waarheid door zo’n plaatje erbij te zetten.’

Daarom is de eerste stap in een datajournalistiek proces dat je twijfels moet hebben bij je data. ‘Als infographicsmaker moet je niet eerst vragen hoe mooi de infographic wordt, maar hoe goed je data is.’

Lees hier het volledige verhaal van Piet Bakker.

Remy Jon Ming: ‘Creëer meer teams’

Freelance infographicsmaker en winnaar van de Infographics Jaarprijs 2010 Remy Jon Ming merkt op redacties vaak dat er data over de schutting wordt gegooid. ‘Dit is de dataset. Maak er een mooi plaatje van.’

IMG_3457

Vormgevers moeten volgens Jon Ming vanaf het begin bij een onderzoek betrokken worden. ‘Want design is niet alleen een mooi plaatje maken. Het is een proces, en dat lijkt enorm veel op een journalistiek proces.’

Wat is het gevaar van te weinig ontwerpkennis in zo’n proces? Volgens Jon Ming communiceer je uiteindelijk niet duidelijk genoeg, en daarmee gaat enorm veel journalistieke arbeid verloren. ‘Het is bijvoorbeeld erg Guardian-achtig om cirkels te gebruiken. Een vergelijking tussen twee categorieën is echter beter te maken met een staafdiagram. Een goede vormgever weet dat.’

Het ideale proces is een team met verschillende disciplines. ‘Gooi eens een datajournalist, een vormgever en een webdeveloper bij elkaar. Creëer meer teams. Dan krijg je hele andere invalshoeken voor zo’n project.’

Lex Slaghuis: ‘Bouw een machine die niet slaapt’

Oprichter van Hack de Overheid en eigenaar van Wikiwise Lex Slaghuis wijst er vooral op dat hij de discussie over datajournalistiek vanaf een andere hoek benadert. ‘Ik ben namelijk geen journalist. Maar ik heb er wel een mening over.’

Lex Slaghuis

‘Je hebt informatie en daar sla je een beetje tegenaan. Daardoor kom je tot nieuwe inzichten. Dat is nieuws voor mij.’ En daarvoor heb je volgens Slaghuis goede data nodig.

Journalisten zijn nieuwsmachines, maar hebben het nadeel dat ze moeten slapen. Ze kunnen niet 24 uur per dag doorgaan met informatie verzamelen. ‘Maar datajournalistiek kan geautomatiseerd. Zo’n machine gaat door terwijl jullie in bed liggen. En dat gebeurt naar mijn mening nog veel te weinig.’

Bouw een platform waar je continu data in opslurpt. ‘Er komt een zee van data op jullie af. Experimenteer, verzamel, presenteer, doorzoek. Dan kun je zomaar een goudader raken.’

Slaghuis eindigt zijn betoog met een suggestie. ‘Stel dat alle publieke omroepen hun nieuws en data onder Creative Commons openbaar maken.’ Content kan worden hergebruikt. Dat zou een echte datarevolutie betekenen.

Dick van Eijk: ‘Maak nieuws’

‘Datajournalistiek is hot’, vertelde NRC-redacteur Dick van Eijk, een van de ‘founding fathers’ van de Nederlandse datajournalistiek. ‘Ooit was ik een roepende in de woestijn. Nu hoef ik niet meer uit te leggen dat datajournalistiek nuttig is.’

IMG_3501

Dat klinkt positief, maar Van Eijk heeft zeker een kritisch punt te pakken. ‘’Datajournalistiek is makkelijker geworden. Het grote probleem is dat de oogst nog wel wat tegenvalt.’ Data is makkelijker te krijgen en sneller te verwerken, maar het journalistieke deel schiet nog tekort. ‘Ik heb het idee dat we twintig jaar geleden meer nieuws uit data haalden dan nu.’

We moeten meer in nieuws gaan denken. Niet alleen de data kneden om er een leuk feitje uit te krijgen, maar op zoek gaan naar pijnpunten. ‘Nieuws maken vergt, behalve datavaardigheden, goede kennis van zaken. Alleen dan haal de 101 op Teletekst of de voorpagina van de krant.’

Een datajournalist moet meer nadenken wat zijn conclusies teweeg kunnen brengen. Neem de feiten niet voor waar aan, maar ga er op uit om verklaringen te zoeken. Simpel gezegd: ‘Je moet met mensen praten.’ Ook verplaatsen in lezers helpt. Bedenk wat jouw publiek van jouw conclusies kan vinden. ‘Boosheid is bijvoorbeeld belangrijke initiator van verandering.’

Van Eijk sluit af met een tip om op een redactie meer tijd voor onderzoek te claimen: veel resultaat laten zien. Hoe doe je dat? ‘Begin een onderzoek waarvan je weet dat er altijd een publicabel antwoord uit komt. Dat zowel de ‘ja’ als de ‘nee’ nieuwswaardig is.’

Tekst: Jerry Vermanen. Foto’s: Herwin Thole.